Zelfportret van Piet Sebens met titel:De Winterschilder
Opleiding:
- Academie Minerva, Groningen
Romans worden niet gemaakt als kinderen, maar als piramides: volgens een zorgvuldig uitgedacht ontwerp worden blokken op elkaar gestapeld.? (Gustave Flaubert)
Wanneer het woord ?romans? wordt vervangen door ?schilderijen? is deze uitspraak ook van toepassing op het werk van Sebens. Uitgebalanceerde composities, een uitgesproken kleurgebruik en een zorgvuldige, afgewogen uitvoering typeren zijn stillevens.
Deze manier van werken neemt veel tijd en laat geen grote productie toe. Als afwisseling kiest de kunstenaar de laatste jaren ook wel voor onderwerpen die een snellere werkwijze afdwingen, zoals model, portret en landschap; doorgaans op locatie en op klein formaat geschilderd.
Schilderen en lesgeven

Jan van Loon is, hij zegt het zelf, ongeduldig en heeft niet genoeg zitvlees
om een werk volledig tot in detail uit te werken. Zoals hij in het landschap
zoekt naar grootsheid, weidsheid en ongenaakbaarheid, zo zoekt hij in zijn
schilderijen naar het grote gebaar en de suggestie met een fors handschrift.
Een aantal jaren geleden verscheen een boekje over zijn West-Europese
kustenproject. Tijdens ��n van de jaarlijkse schilderreizen die ik met Joost
Doornik en Peter Durieux maak, streken wij neer in Bretagne,echt Van Loon-country: veel donkere rotsen en een flinke hoeveelheid klotsend water.
Peter had het boekje in zijn bagage en het heeft twee weken op de salontafel
in ons verblijf gelegen. Aan het einde van een dag buiten werken werd het
telkens weer ter hand genomen en werd een oordeel gevormd of herzien.
Uiteindelijk kwam het boekje beduimeld terug in Nederland; altijd een goed
teken voor een boek. Zoekt Van Loon in zijn beeldende werk wellicht de
afzondering, aan de andere kant houdt hij juist van het contact met mensen.
Hij werkt al jaren als (academie) docent. Jan van Loon heeft op de ��n of andere manier een groot samenbindend en organiserend vermogen.
Zo is hij met regelmaat voorzitter van kunstenaarsverenigingen en -groepen. Mensen scharen zich blijkbaar graag om hem heen en willen
wel wat van hem aannemen. Toen ik in 1984 bij hem wilde afstuderen leek mij het fatsoenlijk formuleren van eindexamen-doelen pure
tijdverspilling. Tactvol wees Van Loon mij op het feit dat dit voor een onervaren docent in opleiding toch enigszins merkwaardig was. Waarna
ik de formulieren alsnog gewetensvol invulde; het bleek inderdaad best nuttig te zijn.
Een ander voorbeeld. Kortgeleden belde ik Jan die in een
expositiecommissie zat met het vaste voornemen me af te melden
voor de desbetreffende tentoonstelling waar ik helemaal geen zin
in had. Toen ik tien minuten later de telefoon neerlegde, deed ik tot
mijn eigen stomme verbazing toch gewoon mee. Er zit iets in die
stem...
Dat hij ondanks zijn drukke werkzaamheden toch altijd kans
heeft gezien om te schilderen en te exposeren, wijdt hij aan zijn
oorspronkelijke opleiding en werk als docent tekenen MO-B. Het
eeuwige tijdgebrek voor het vrije werk kweekte juist een discipline
om alle beschikbare tijd ook daadwerkelijk te gebruiken. Schilderen
tussen de bedrijven door.
In 1996 stopte hij met het lesgeven aan Minerva om vanaf 2004
toch maar weer modeltekenen en anatomie te geven aan de nieuw
opgerichte Klassieke Academie. Want schilderen en lesgeven ach, dat
is hij zo gewend.
Al heel lang wilde ik een overtuigende lach schilderen.
Uit de kunstgeschiedenis ken ik er niet zoveel goede
voorbeelden van, behalve die van Frans Hals en enkele
vroege schilders zoals Van Ostade. Verder staat me een
lachend zelfportret bij van Richard Gerstl en nog eentje
van Arie Kater en dat is het dan. Ik dacht daarbij aan een
vriend als model. Het kwam er niet van. Uiteindelijk nam
ik mezelf maar weer eens. Met het schilderij kom ik niet
veel verder dan de lach van een boer die kiespijn heeft.
Vlak voor de ontmoeting met mijn aanstaande vrouw
ontviel mij een tand. Ik zou hem er met secondelijm nog
even inplakken, dat mislukte. Het huwelijk is er wel om
doorgegaan.